Kamp 2 | Maslov’s slappe tent

Glandorff_Camp2_EmptyBed

Ook met hard trekken en duwen bleef het canvas hangen als de huid van een onwillige bloedhond op een hondenshow. Die nacht lekte de BedMobiel bij de palen, randen en ritsen. Niet eens zo erg veel, en makkelijk op te lossen achter de naaimachine. De regen maakte mijn rugzak nat en vormde wat plasjes water, maar de schade was vele malen groter: mijn ruggengraat was gebroken. Na één dag in Amsterdam verlangde ik hevig naar een nieuwe vakantie of een fatsoenlijk huis. Met vochtige ogen schreef ik in mijn klamme dagboek dat ik eenzaam was, gegijzeld door een onschuldige tent.

Vage plannen, rugzak, beetje geld en het gezelschap van familie en vrienden. Dat waren de ingrediënten van een fantastische vakantie. Ik was bijna continu gelukkig en wilde niet naar huis. Ik heb namelijk geen huis. Helaas heb ik wel een leven dat daar om vraagt, en dat leven wil ik niet radicaal veranderen. Ik heb trouwens wel een opslag in Zaltbommel, een adres bij mijn oom en een bijna waterdichte tent op camping het Vliegenbos. Maar ik voel me als dun uitgesmeerde boter op uiteendrijvende plakjes brood.

Regen is onverbiddelijk

John Goodman schreef onder een vorige post: “Door jezelf te bevrijden van bezittingen ben je overgeleverd aan de natuur. Je leeft bijna Oud-Testamentisch en God was niet altijd genadig. Regen is onverbiddelijk; kijk uit naar zonneschijn.”

In tegenstelling tot het Oude Testament heeft het Vliegenbos een droger. Dus dweilde ik mezelf, natte kleren en BedMobiel bijeen, ademde eens diep en ging met de voortent op de fiets naar iFabrica. Acht uur later kreeg ik nog steeds niet de naaimachines aan het werk. Ik ging duidelijk ergens anders slapen.
In de warme buik van mijn oom’s boot geef ik toe dat de BedMobiel een paar fundamentele weeffouten heeft. Zelfs met een waterdichte voortent is de BedMobiel niet goed geneog als basis voor mijn welbevinden, werk en dierbaren.

Operatie geslaagd, patiënt overleden

Doel van het experiment was om uit te vinden of er plek is voor een achtertuinnomade in Amsterdam-Noord, en of ik wonen in een tent kan combineren met mijn dagelijks leven. Na zes weken in de herfst en vier weken in de zomer ben ik eruit: ja er is ruimte, maar doe het alsjeblieft niet in een tent.
Er zijn meer dan genoeg mensen die hun tuin voor een paar weken willen delen. Vooral als je wat te bieden hebt en maar een klein deel van hun ruimte inneemt. Helaas is mijn BedMobiel te groot voor de meeste tuinen en te klein voor het leven van Loes Glandorff. Haal toch die bloedhond uit het showcircuit en breng hem naar een lievere plek. De BedMobiel is wat hij is: geschikt voor kunstprojecten en vakanties.

Ik ben alleen geen wandelend kunstproject of op vakantie. Ik ben een beginnende nomade en hou van materie: dingen maken met mijn handen en lekker eten. Ik wil dicht bij mijn dierbaren wonen terwijl ik mijn weg vind in de samenleving. Spullen ondersteunen dat leven: een luie stoel, laptop, papier en boeken, gereedschap en materialen. Die kunnen niet tegen vocht, net als ik. Mijn leven heeft genoeg ruimte nodig: voor die spullen, dierbaren, yoga en werk.

Zwervend door de stad vergat ik mijn basis: betrouwbaar onderdak en ruimte voor mij en mijn vrienden. Zonder onderdak zakt de piramide van Maslov in elkaar als een slappe tent.

Alleen de kar trekken

Mijn BedMobiel is net een eenkennige oude hond. Alleen ik krijg hem in beweging en ik mag hem verzorgen. Een eenpersoons slaapkabine van eenpersoons bedden, gemaakt voor eenzaamheid. Langzaamaan opgerekt tot ruimte fietscaravan, kreunend onder de belasting en nog geen ruimte voor meer. Dagen alleen banden plakken, naaien, onderdelen zoeken en het dode gewicht trekken door een stad vol onbekenden. Zelfvoorzienend? Dat lijkt maar zo. Koppig alles zelf doen, anderen op afstand houden. Maar nog veel eenzamer zonder het gezelschap van Loes. Zonder veilig onderdak  is het moeilijk thuisvoelen bij mezelf. En achtertuinen hebben weinig ruimte voor bezoekers om dat op te vullen.

Wederopbouw

De BedMobiel heeft me veel geleerd over delen, geven en ontvangen. Ik ben omarmd door tuineigenaren, heb wonderlijke gasten ontmoet en verhalen gedeeld met vreemden. Maar ik vergat dit leven te delen met de mensen die het belangrijkste zijn: mijn vrienden en familie.

Om hen te kunnen ontvangen, en om het werk te doen waar ik zo van hou, heb ik een ruimte nodig waar drie mensen rond kunnen lopen, waar ik me zover uit kan strekken als mijn spieren toestaan, waar mijn gereedschap ligt te wachten en ik taart kan bakken om samen op te eten. Zonder angst voor kou of regen, zodat ik op reis kan gaan en terug kan keren. En als ik mijn huis opzet kan ik dat misschien wel alleen. Maar sowieso kunnen anderen helpen, waarna ik lekker voor ons kan koken.
Komende winter maak ik een plek die voorbij overleven gaat,  die zowel mijn leven omarmt als de stad bewoont. Een nest van waaruit ik kan blijven schrijven en dromen en bouwen aan een kleine Nomadische Atlas.

Geef een reactie